Saniwijzer

Nieuwe sanitatie in de praktijk

Realisatie van voorzieningen

Behalve ten aanzien van de omgang met afvalwater op zich, zoals beschreven onder inzameling en verwerking, zijn er ook tal van regels die eisen stellen aan de voorzieningen waarmee we die inzameling en verwerking zouden willen laten plaatsvinden. Inmiddels is er enige ervaring opgedaan. In dit deel van de Saniwijzer beschrijven we aan de hand van de ervaringen de meest relevante wet- en regelgeving.

Het is onmogelijk om alle wet- en regelgeving hier uitputtend te behandelen; we beperken ons tot een kort overzicht. Eerst beschrijven we de verschillende soorten normen, wetten en regels en hun globale werkingssfeer, en daarna een aantal relevante praktijkervaringen.

Wet- en regelgeving op verschillende niveaus

Europees:

Europese richtlijnen: Het is niet nodig op de hoogte te zijn van alle Europese richtlijnen. Deze zijn verwerkt in onze landelijke wet- en regelgeving.

Europese normen: Producten die bij de realisatie van voorzieningen worden gebruikt moeten voldoen aan de Europese normen. De normen betreffen enerzijds de gebruikte materialen, anderzijds gaan zij ook over de prestaties van de totale inrichting. De belangrijkste normen zijn:

  • CE-markering: Bouwproducten moeten zijn voorzien van een Europese CE-markering met daarbij behorende prestatieverklaring. Dit maakt het mogelijk producten onderling te vergelijken. Meer informatie hierover vindt u op de website van de RVO.
  • EN-normen: Europese EN-normen gelden voor alle lidstaten. Voor Nederland krijgen deze Europese normen de codering NEN-EN (zie NEN-normen hieronder).

Landelijk:

Landelijke normen:

NEN-normen geven aan aan welke eisen producten en diensten in Nederland moeten voldoen. NEN 3215 heeft betrekking op gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen. Zie voor meer algemene informatie de website van het Nederlands Normalisatie-instituut.

Daarnaast kunnen in de wet- of regelgeving aanvullende normen worden gesteld. Bij de plaatsing van nieuwe toiletten die meer of een ander geluid maken dan gewone toiletten, kunnen bijvoorbeeld de geluidsnormen uit het Bouwbesluit worden overschreden. Hoe dit in de praktijk kan uitpakken, leest u bij ‘Praktijkvoorbeelden’ hieronder.

Wetten en Besluiten:

  • Omgevingswet: De Omgevingswet is nog in ontwikkeling en treedt naar verwachting in 2021 in werking. Deze nieuwe wet bundelt en moderniseert allerlei bestaande wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Verder komt er meer ruimte voor lokale initiatieven en maatwerk. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, gelden onderstaande wetten en besluiten.
  • Woningwet en Bouwbesluit 2012: De Woningwet vormt de basis voor de voorschriften in het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit schrijft voor aan welke eisen gebouwen moeten voldoen. Hier staat bijvoorbeeld in dat een gebouw een voorziening moet hebben waardoor huishoudelijk afvalwater zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd. Afdeling 6.4 van het Bouwbesluit beschrijft verder aan welke specificaties afvoervoorzieningen en leidingen voor huishoudelijk afvalwater moeten voldoen en hoe ze moeten worden aangesloten. Art 3.7 – 3.11 bepaalt bijvoorbeeld het maximale geluidsniveau van toiletten in een aangrenzend perceel.  (De gemeente kan overigens nog aanvullende eisen stellen; zie onder.)
  • Erfgoedwet: Wie een voorziening wil aanbrengen in of bij een monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht heeft te maken met de Erfgoedwet, de opvolger van de oude Monumentenwet. Het deel van de Monumentenwet dat betrekking had op de fysieke leefomgeving wordt t.z.t. opgenomen in de nieuwe Omgevingswet, maar zolang deze nog niet van kracht is, geldt de overgangsregeling die is opgenomen in de Erfgoedwet. Deze overgangsregeling geeft onder andere aan welke vergunningen er nodig zijn.
  • Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening: De Wet ruimtelijke ordening (Wro) beschrijft hoe ruimtelijke plannen (structuurvisies en bestemmingsplannen) tot stand komen en welke bestuurslaag waarvoor verantwoordelijk is. Dit is van belang voor de ruimtelijke inpassing en het bouwproces van voorzieningen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wro. Het Bro bepaalt dat de toelichting op een bestemmingsplan of een projectbesluit in een zogenoemde Waterparagraaf moet aangeven hoe rekening wordt gehouden met de gevolgen van bijvoorbeeld een bouwwerk of inrichting voor de waterhuishouding.
  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): De Wabo regelt de vergunningplicht voor bepaalde activiteiten binnen een aantal andere wetten en verordeningen, zoals de Woningwet (bouwvergunning), de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet verontreiniging oppervlaktewater (indirecte lozingen) en verschillende gemeentelijke en provinciale verordeningen.
  • Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON): De WIBON bepaalt dat beheerders van riolering de liggingsgegevens van leidingen digitaal beschikbaar moeten stellen. Het doel hiervan is graafschade te voorkomen. Voor huisaansluitingen van riolering geldt dit voor nieuwe aanleg, vernieuwing of renovatie.
  • Overige wetten: Verder spelen nog de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming. Voor een groot deel hebben deze niet zozeer betrekking op de realisatie van voorzieningen voor afvalwater, maar meer op de omgang met het afvalwater op zich. Zie voor meer informatie hierover onder ‘Inzameling en verwerking’. Wel van belang voor de realisatie van voorzieningen is het Besluit lozing afvalwater huishoudens, dat op deze wetten is gebaseerd (zie hieronder).
  • Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah): Dit besluit heeft betrekking op al het afvalwater dat vrijkomt bij particuliere huishoudens. In artikel 7 staat dat huishoudelijk afvalwater in principe niet op of in de bodem of in het oppervlaktewater geloosd mag worden als er binnen 40 meter een openbaar vuilwaterriool is. Er is wel maatwerk mogelijk; daarvoor is de gemeente het bevoegd gezag. De gemeente kan andere passende systemen toestaan, mits ze eenzelfde graad van milieubescherming opleveren. Verder staat in artikel 6 van het Blah dat het gebruik van voedselrestenvermalers verboden is bij lozing op het riool. Zie bij de Praktijkervaringen hieronder hoe daarmee kan worden omgegaan.

Op wetten.overheid.nl vindt u de complete teksten van alle bovengenoemde wet- en regelgeving.

Regionaal/Lokaal:

  • Regionale regels zijn altijd gebaseerd op de landelijke wetgeving. Op basis van opgestelde regionale beleidsplannen kan in de toekomst maatwerk worden geleverd in het kader van de nieuwe Omgevingswet.
  • Aansluitverordening: Gemeenten stellen op grond van de Gemeentewet zelf verordeningen op. Per gemeente geldt een aansluitverordening. Daarin staat waaraan moet worden voldaan om goedkeuring voor aansluiting op het openbare riool te krijgen.
  • Gemeentelijk rioleringsplan (GRP): In plaats van het openbaar vuilwaterriool en de RWZI, kunnen er ook andere systemen worden toegepast. Deze moeten dan wel eenzelfde graad van milieubescherming, zoals aangegeven in het GRP, bieden.
  • Omgevingsvergunning: Voor wijzigingen aan een monument, ook binnenshuis, is een omgevingsvergunning nodig. De gemeente is hiervoor het aanspreekpunt.

Overig:

Het naleven van wet en regelgeving wordt in sommige gevallen ook afgedwongen door ‘eigen regels’. De Stichting Waarborgfonds Koopwoningen (SWK) eist bijvoorbeeld dat de bouwer, om in aanmerking te komen voor de garantieregeling, voldoet aan de bovenstaande normeringen en bepalingen. Bij niet naleven hiervan kunnen er dus grote financiële consequenties zijn.

Praktijkvoorbeelden

Geluidsbelasting vacuümtoiletten:

Voor de realisatie van een geconcentreerde zwartwaterstroom naar de RWZI werd in Nijkerk in 2018 in eerste instantie gekozen voor een vacuümsysteem. Bij de uitwerking van de plannen bleek het geluidsniveau van de voorgestelde vacuümtoiletten echter niet te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Mede omdat de betrokken projectontwikkelaars gehouden werden aan de voorwaarden van de SWK (zie boven) zagen zij grote bezwaren in het plaatsen van de vacuümtoiletten.

Ook reguliere toiletten voldoen niet altijd aan de eisen. Maar omdat ze gangbaar zijn, en gelden als deugdelijk werk, voldoen deze wel aan de SWK-eisen. Vanwege de mogelijk grote financiële gevolgen zijn de vacuümtoiletten uiteindelijk in de eerste fase van de nieuwbouwplannen niet gerealiseerd.

Bij de tweede fase was de rol van de projectontwikkelaars (door minder grondposities) kleiner en is er opnieuw naar de mogelijkheid van een vacuümsysteem gekeken. Aanvullend onderzoek van onder andere de leverancier liet zien dat het geluidsniveau in aangrenzende percelen in belangrijke mate bepaald wordt door de bouwkundige situatie. Door al bij het ontwerp van de woningen rekening te houden met de plaatsing van vacuümtoiletten zal hoogstwaarschijnlijk wel aan het Bouwbesluit kunnen worden voldaan. De gemeente is als belangrijkste grondeigenaar veel minder afhankelijk van de SWK; plaatsing van vacuümtoiletten lijkt in deze fase wel mogelijk.

Tegelijkertijd met de eerste fase in Nijkerk werd ook in Katwijk (de wijk Valkenburg) overwogen vacuümtoiletten te plaatsen. Ook hier werd de onzekerheid ten aanzien van het geluidsniveau als een te groot risico ervaren. Hier is gekozen voor gewone toiletten en een aangepaste zuivering.

Plaatsing van voedselrestenvermalers:

Het project Reitdiep in Groningen heeft tot doel afvalwater zo duurzaam mogelijk in te zamelen en te verwerken. Onderdeel daarvan is het op termijn terugwinnen van biogas. Het zwarte water wordt daartoe via een vacuümsysteem ingezameld. Om de hoeveelheid biomassa te verhogen, werd aan de bewoners gevraagd ook een voedselrestenvermaler te plaatsen.

Voedselrestenvermalers zijn in Nederland echter niet toegestaan. Het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) (artikel 6) bepaalt nadrukkelijk dat het afval van voedselrestenvermalers niet mag worden geloosd op het openbaar riool. Het gebruik van voedselrestenvermalers is evenwel wel mogelijk als wordt geloosd op een eigen, besloten systeem. Dan worden immers het openbare riool en de RWZI niet extra belast met organische materiaal. De vacuümriolering in Reitdiep loost op een verzameltank. Van daaruit zal het afvalwater op termijn in een uasb-vergister gebracht worden. Er is hier geen sprake van een openbaar riool maar van een gesloten systeem; het plaatsen van voedselrestenvermalers is hier dus wel toegestaan en zelfs gewenst.

Reitdiep is een project met vrije-sectorwoningen. Zoals gezegd, is aan de toekomstige bewoners gevraagd om in hun keuken een voedselrestenvermaler te plaatsen. De kostprijs die door de installateurs aan de bewoners daarvoor werd aangeboden was echter vele malen hoger dan de leveranciers aanvankelijk hadden aangegeven, wat tot klachten van toekomstige bewoners leidde.  Een van de bewoners heeft plaatsing van de VRV juridisch aangevochten. Artikel 122 van de Woningwet bepaalt dat niet meer van woningeigenaren mag worden gevraagd dan is vastgelegd in het Bouwbesluit. De gemeente stuurt nu aan op vrijwillige deelname.

Decentrale zuivering nabij riolering:

Het Blah (zie boven) bepaalt dat lozingen van afvalwater in de bodem niet zijn toegestaan als er op minder dan 40 meter afstand riolering ligt.

In de ecologische woonwijk Boschveld in ’s-Hertogenbosch wilden de bewoners een duurzame afvalwatervoorziening met zo mogelijk hergebruik van het gezuiverde afvalwater. Zij kozen voor een helofytenfilter aangevuld met een zandfilter en gebruik als toiletspoeling. Het project bevindt zich in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch en de riolering ligt voor de deur.

Om het project desalniettemin mogelijk te maken heeft de gemeente een opstalrecht gevestigd op het helofytenfilter. Daarin zijn gebruik, beheer en calamiteiten geregeld. Zodra de kwaliteit van het effluent niet langer voldoet, wordt het water alsnog geloosd op het riool. Met deze constructie is het filter onderdeel geworden van het ‘openbare riool’; alle bewoners lozen hierop. De gemeente geeft hiermee invulling aan haar zorgplicht en er wordt voldaan aan het Blah.

De regel dat een perceel aangesloten moet worden op de riolering als de afstand kleiner is dan 40 meter, verdwijnt overigens in de nieuwe Omgevingswet. Percelen hoeven alleen gerioleerd te worden als dit doelmatig is. Een alternatieve invulling van de zorgplicht blijft onder voorwaarden mogelijk.

Terug